Beoordeling laagfrequent grondgeluid Schiphol moet anders

Beoordeling laagfrequent grondgeluid Schiphol moet anders

Omwonenden van luchthaven Schiphol ondervinden hinder van grondgeluid. Grondgeluid is het geluid dat vliegtuigen maken op het moment dat ze nog niet vliegen, met name tijdens starts en landingen. Kenmerkend aan het grondgeluid is het bulderende laagfrequente karakter dat tot grote afstand is te horen.

Ter beperking van het grondgeluid zijn, aan het begin van de Polderbaan, ribbels in het landschap aangebracht. Deze ribbels zouden de geluidshinder vanwege het grondgeluid fors moeten beperken. Dit blijkt echter niet uit de ervaring van de omwonenden. Zij stellen hinder en planschade te ondervinden van het grondgeluid. Het Schadeschap Luchthaven Schiphol erkent dat er sprake is van hinder en planschade, maar partijen zijn het niet eens over de omvang van zowel de hinder als de schade.

Alcedo heeft, op verzoek van ruim honderd bewoners van wijken in Hoofddorp-noord (via de Nederlandse Stichting Geluidhinder), de afweging van het Schadeschap beoordeeld. Daarbij werd de conclusie getrokken dat de omvang van de hinder werd onderschat.

Het reducerend effect van de ribbels op het laagfrequente grondgeluid is minder dan vooraf is voorspeld. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de ribbels zijn gedimensioneerd op de 31,5 Hz octaafband terwijl het grondgeluid ook (met name) wordt veroorzaakt door de 63 Hz octaafband.

Partijen waren het er wel over eens dat de beoordeling zou kunnen plaatsvinden aan de hand van de zogenaamde Vercammen-curven. De wijze waarop deze beoordeling door het Schadeschap is uitgevoerd, was echter niet correct. Zo was de vertaling van de buiten de woning gemeten geluidsniveaus naar de in de woning ervaren hinder onjuist. Daardoor worden de laagfrequente geluidsniveaus in de woningen onderschat. Ook bleek dat het aantal woningen dat hinder ondervindt, te worden onderschat.

Na een uitgebreide behandeling bij de Rechtbank Noord-Holland, kwam deze eveneens tot de conclusie dat de afweging door het Schadeschap inderdaad niet juist was en dat het aannemelijk is dat de feitelijke hinder en schade omvangrijker is dan waarvan is uitgegaan.

De volledige uitspraak is te lezen op http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:6698

Beide partijen zijn in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de Rechtbank. Wordt dus vervolg….

Posted in: Nieuws

Leave a Comment (0) ↓