Transformatie, Wet geluidhinder en goed ruimtelijk ordenen

Transformatie, Wet geluidhinder en goed ruimtelijk ordenen

Bedrijfsgebouwen kunnen op allerlei locaties gevestigd zijn. Bijvoorbeeld op een rustig bedrijvenpark, maar soms ook in een drukke stedelijke omgeving of op een industrieterrein. Elke omgeving kent zijn eigen dynamiek en daarmee ook zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. Zeker als een bedrijfsgebouw door leegstand getransformeerd wordt tot een woongebouw. Een breed scala aan wetten en regels probeert dan de ontwikkeling in goede banen te leiden.

Eén van die wetten is de Wet geluidhinder. Deze wet beoogt bescherming te bieden aan mensen. Daarvoor wordt het principe van zones rondom notoire lawaaiproducenten gehanteerd. Deze producenten betreffen wegen, spoorlijnen en industrieterreinen. Als woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen een dergelijke zone worden gerealiseerd, gelden er beperkingen ten aanzien van de geluidsbelastingen. Zo is bijvoorbeeld voor wegverkeerslawaai een geluidsbelasting tot de zogenaamde voorkeursgrenswaarde van 48 dB altijd toegestaan. Als de geluidsbelasting hoger is, kunnen Burgemeester en Wethouders een ontheffing geven. Ook daaraan zit weer een plafond. Afhankelijk van de situatie kunnen ontheffingen gegeven worden tot ten hoogste 68 dB.

Er wordt niet zomaar een ontheffing gegeven. De initiatiefnemer moet altijd aantonen dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om de geluidsbelasting terug te brengen. Ook dient de geluidsisolatie van de gevels zodanig te zijn dat in de verblijfsruimten een aanvaardbaar klimaat is gegarandeerd.

Dit klinkt allemaal logisch. Toch zitten er de nodige haken en ogen aan de Wet geluidhinder. Met name in relatie tot het bestemmingsplan en het Bouwbesluit. In het vakblad “Bouwkwaliteit in de praktijk” is hierover een artikel van Alcedo opgenomen. Via de deze link kunt u dit artikel downloaden.

Posted in: Nieuws

Leave a Comment (0) ↓